VIER PERSPECTIEVEN, NUL BEWUSTZIJN.
De kern van die vraag zit in de manier waarop ze worden uitgevoerd. Binnen elk onderdeel kun je vanuit verschillende perspectieven werken:
**Traditioneel**: zoals recruitment jarenlang gewerkt heeft
**Efficiënt**: sneller, strakker, geoptimaliseerd
**Relevant**: afgestemd op de huidige markt, kandidaten en opdrachtgevers
**Futureproof**: ingericht op wat er nog gaat komen
Hier ontstaat het eerste inzicht: weinig organisaties zijn zich bewust van het feit dat ze deze perspectieven door elkaar heen gebruiken. In de praktijk is het zelden zwart-wit, maar eerder een mix die vaak organisch is ontstaan.
Werving kan bijvoorbeeld modern lijken, maar nog steeds draaien op oude aannames over waar kandidaten zich bevinden. Selectie kan efficiënt verlopen, maar sterk afhankelijk blijven van individuele interpretatie. Matching wordt gezien als vakmanschap, maar mist soms onderbouwing vanuit data of eerdere inzichten. Onboarding wordt netjes afgehandeld, maar is niet ontworpen om een positieve ervaring mee te geven aan de kandidaat, wat een langdurige samenwerking tussen opdrachtgever en kandidaat zou kunnen opleveren. Als laatste werkgeverschap, dit is vaak een ondergeschoven kindje en wordt reactief ingericht, terwijl het juist bepalend is voor continuïteit en toekomstige instroom.
IETS KLOPT NIET.
De confronterende vraag is daarom: waar werk je nog traditioneel, zonder dat je het doorhebt en wat betekent dat voor de rest van je proces?
Traditioneel werken is per definitie niet verkeerd. Het heeft de branche en misschien jouw bedrijf gebracht waar het nu staat. Traditioneel werken wordt een probleem zodra het niet meer aansluit op hoe de markt zich vandaag gedraagt, en oude aannames ongemerkt blijven doorwerken.
Want wat gebeurt er als kandidaten zich snel willen bewegen, maar jouw processen daar niet op zijn ingericht? Of wanneer de voorkeur van communicatiekanalen veranderd, maar de opvolging vanuit jouw recruiters hetzelfde blijft? En wanneer verwachtingen van opdrachtgevers stijgen, maar de besluitvorming niet meebeweegt? Dan ontstaat er frictie die zich niet direct laat verklaren, maar zich wel uit in gemiste kansen, inefficiëntie en een groeiend gevoel dat er “iets niet klopt”.
EEN SNELLER PAARD IS NOG STEEDS GEEN AUTO.
Veel organisaties proberen die frictie dan op te lossen door efficiënter te werken. Denk bijvoorbeeld aan de processen die strakker worden georganiseerd en nieuwe technologie die worden ingezet om sneller en meer te doen in minder tijd. Deze stappen kunnen daadwerkelijk een verschil maken, zeker.
Efficiënter werken maakt bestaande processen sneller, maar laat de vraag liggen of ze nog passen bij de realiteit van vandaag. Daardoor kan een proces perfect gestroomlijnd zijn ingericht en tegelijkertijd onvoldoende relevant zijn voor kandidaten en opdrachtgevers van vandaag, laat staan voorbereid op wat er morgen nodig is.
Wat ik ook vaak zie, is dat bedrijven die proberen efficiënter te werken zonder de basis aan te passen, vaak vastlopen in hun bestaande structuren. Deze manier van werken was een paar jaar geleden logisch. Inmiddels begint het te wringen. Een nieuwe tool maakt het proces misschien sneller, maar raakt de kern niet. De manier van werken verschuift wel, maar het proces zelf wordt er niet beter van.
Merk jij dat jouw werkproces efficiënter en sneller kan? Controleer dan eerst of de manier van werken nog wel past bij de verschuivingen in de markt. En ga daarna aan de slag met het maken van verbetertrajecten.
RELEVANTIE OPENT DE DEUR. FUTUREPROOF HOUDT HEM OPEN.
Relevant werken betekent dat je proces daadwerkelijk aansluit op de markt. Dat je begrijpt hoe kandidaten zich oriënteren, hoe zij communiceren en wat zij verwachten van een proces dat steeds minder geduldig is geworden. Hetzelfde geldt voor de opdrachtgevers en de trends in de markt.
Het vraagt dat je niet alleen intern optimaliseert, maar ook afstemt op wat er buiten gebeurt. Want hoe matcht jouw werkproces met het gedrag en interesses van kandidaten en opdrachtgevers en kan jouw proces mee in de hoge verwachtingen die continu in beweging zijn?
Relevantie lijkt het antwoord, maar heeft duidelijke grenzen. Wat vandaag werkt, kan morgen weer achterhaald zijn. Wie alleen voor het nu optimaliseert, blijft reactief werken in plaats van proactief.
FUTUREPROOF BEGINT BIJ HET BEVRAGEN VAN JE FUNDAMENT.
Futureproof werken vraagt iets anders. Niet alleen verbeteren wat er staat, maar het fundament durven bevragen waarop je organisatie is gebouwd. Want wat gebeurt er als jij de volgende vragen beantwoord?
Is je proces flexibel genoeg om zich aan te passen wanneer de markt verandert? Is data een actief onderdeel van besluitvorming of slechts een registratie of verklaring achteraf? Wordt er gewerkt aan één samenhangend geheel of aan een reeks losse stappen die toevallig op elkaar volgen? En misschien nog belangrijker: is jouw proces ontworpen voor continu leren of vooral voor herhaling?
Futureproof werken betekent niet dat je de toekomst kunt voorspellen, in de flexbranche is dat onbegonnen werk. Het gaat er om dat je je organisatie zo inricht dat die toekomst geen verstoring is, maar een logisch gevolg van hoe je al werkt.