VOORWAARTS.
BACKOFFICE& WERKGEVERSCHAP

SNELHEID VINDEN WE SEXY.

Premium

en nauwkeurigheid saai.

4 MIN LEZEN · FLEX EDITIE.
SNELHEID VINDEN WE SEXY.

De flexbranche investeert massaal in Al voor recruitment en matching, maar loopt drie tot vijf jaar achter als het gaat om verloning. En dat is geen technisch probleem. Het is een cultuurprobleem. We vinden snelheid sexy en nauwkeurigheid saai. En in die denkfout schuilt een risico dat de meeste bureaus niet zien, totdat het te laat is. Kijk eens mee hoe dat in de praktijk werkt.

Aan de frontoffice renderen Al-investeringen potentieel snel en dat is geen toeval. De feedbackloop is kort. Je anticipeert, je corrigeert, je ziet steeds scherper waar je naartoe wilt. Een match die de plank misslaat wordt snel zichtbaar, en dus kun je snel bijsturen. Dat maakt investeren aan de frontoffice kant aanlokkelijk: je ziet wat je doet, en je ziet wat het oplevert.

In de backoffice werkt het omgekeerd. Fouten zitten verstopt in salarisstroken, en de feedbackloop is maanden lang. Een CAO-uitzondering die verkeerd is toegepast, een toeslag die over het hoofd is gezien en pas drie maanden later naar boven komt. Tegen die tijd is de flexwerker al weg, is de opdrachtgever stil afgehaakt, en weet niemand meer precies waar het misging. De schade staat nergens op een dashboard. Het is zichtbaar in het gevoel dat iemand heeft bij jouw bureau. En dat gevoel is moeilijker te repareren dan een salarisstrook.

Maar hier gaat het dieper dan een kwestie van frontoffice versus backoffice. Er is iets structureels aan de hand in de markt, en ik denk dat de meeste bureaus de consequentie daarvan nog niet volledig doorvoelen. Al en automatisering maken de markt gelijk. Matching, snelheid, efficiency. Wat nu nog een concurrentievoordeel is, wordt op korte termijn de standaard. Iedereen heeft het. En op het moment dat alles gelijk is, verschuift de vraag. Niet meer: heb jij de beste technologie? Maar: kennen mensen jou?

Mark McCormack schreef het al in 1984 in What They Don't Teach You at Harvard Business School: "All things being equal, people will do business with a friend; all things being unequal, people will still do business with a friend." Een uitspraak die veertig jaar geleden scherp was en nu, in een markt die door Al steeds gelijker wordt, urgenter is dan ooit.

Simon Sinek verwoordde het recentelijk opnieuw, simpeler: "We don't do business with companies. We do business with people." En Bob Burg, auteur van Endless Referrals, voegde daar de praktische laag aan toe: "People do business with people they know, like, and trust."

Drie verschillende mensen. Één inzicht. Voor de flexbranche in het Al-tijdperk is dat inzicht geen soft gegeven, het is een strategische keuze. Want als alles gelijk wordt, is menselijk contact niet langer een nice-to-have. Het wordt het onderscheid. En nergens is dat concreter dan in de verloning. Ik zie het bij bureaus die het goed doen: zij gebruiken de ruimte die automatisering vrijspeelt niet om meer te doen, maar om beter aanwezig te zijn op het moment dat het telt. Dat is de consultant die de opdrachtgever belt op vrijdagmiddag, niet omdat er al iets misgegaan is, maar omdat hij zag dat er iets dreigde mis te gaan. Die de CAO kent, het dossier kent, en de telefoon pakt voordat de ander zelf hoeft te bellen. Niet een ticketsysteem. Niet een geautomatiseerde reply. Een mens die er al is.

Dat klinkt ouderwets. Dat is het niet. Het is precies waarom het werkt. Al kan een salarisstrook uitrekenen. Al kan een afwijking signaleren. Maar Al belt niet de opdrachtgever op vrijdagmiddag om half vijf om te zeggen: "Hé, ik zag iets wat volgende maand vervelend kan worden, zullen we dat nu even regelen?" Dat is vakwerk. En dat is wat mensen onthouden.

De bureaus die de komende jaren winnen zijn niet enkel de bureaus met de snelste matching of de slimste algoritmes. Het zijn de bureaus die automatisering inzetten om ruimte te maken en die ruimte vervolgens gebruiken voor wat niet te automatiseren valt.

Vertrouwen bouw je niet op bij de eerste kennismaking. Je bouwt het op op het moment dat er iets dreigt mis te gaan, en jij er al bent voordat de ander het doorheeft.

Ik geloof dat de bureaus die dít begrijpen, de bureaus zijn die al zo werken. Niet omdat ze het ergens gelezen hebben, maar omdat ze het voelen. Ze weten dat een goed gesprek op het juiste moment meer doet dan een perfect dashboard. Ze kennen hun mensen. Ze kennen hun opdrachtgevers. En ze pakken de telefoon niet omdat het in een protocol staat, maar omdat het de enige logische volgende stap is.

Ik ben geen nostalgist. Ik wil dat de branche investeert in technologie, in Al, in automatisering. Maar ik wil ook dat we eerlijk zijn over wat die technologie doet en wat ze níét doet. Ze maakt ruimte. De vraag is alleen: wat doe je met die ruimte?

Als je die ruimte gebruikt om nóg meer te doen, nóg sneller te schalen, nóg meer flexwerkers te bedienen met minder mensen, dan mis je de kans. Maar als je die ruimte gebruikt om er écht te zijn voor de flexwerker en de opdrachtgever. Dan bouw je iets wat een algoritme nooit kan bouwen. Écht vertrouwen. En dat is, uiteindelijk, het enige concurrentievoordeel dat niet te kopiëren valt.

Ik geloof dat persoonlijke service de toekomst heeft. In contact staan met de klant, helpen en signaleren waar nodig. Wij gaan er in ieder geval voor zorgen dat het repetitieve werk geautomatiseerd wordt, zodat we de hele dag zichtbaar en aanwezig kunnen zijn bij de klant. Dat is pas sexy!

REACTIES.0

Reacties laden…