VOORWAARTS.
LEIDERSCHAP& CULTUUR

HET IS EEN MINDSET PROBLEEM.

Premium

De flexbranche staat niet aan de vooravond van verandering. Die verandering is al gaande. Alleen: hij is nog niet netjes verdeeld, nog niet logisch ingericht en zeker nog niet volledig begrepen. In een gesprek tussen Maikel Neelen en Willem Clements, opgenomen midden in een praktijkomgeving waar technologie en recruitment elkaar constant raken, ontstaat een ongemakkelijke maar scherpe conclusie: AI en automatisering zijn geen tools meer. Ze dwingen de sector tot een herontwerp van zichzelf. Wat nu nog voelt als experiment, is volgens hen binnen twee jaar simpelweg noodzaak.

6 MIN LEZEN · FLEX EDITIE.
HET IS EEN MINDSET PROBLEEM.

SHIT JUST GOT REAL.

Waar AI in de flexwereld eerst vooral werd gezien als experiment, ziet Maikel Neelen een duidelijke verschuiving. "Wat eerst misschien alleen nog maar een idee was, begint nu echt te ontstaan." zegt hij. "We zitten niet meer in de fase van ontdekken wat er kan, maar in de fase waarin partijen gaan bepalen hoe serieus ze het willen inzetten." Volgens hem verandert vooral de snelheid waarmee ontwikkelingen worden opgepakt. Waar het eerst ging om losse tools en losse toepassingen, ontstaat nu een nieuwe laag: structurele toepassing. Willem Clements herkent dat beeld, en plaatst het in een bredere context: "Het is eerst een speelkwartier geweest. Maar dat speelkwartier is nu voorbij. De grote partijen zijn zelf ook nog aan het zoeken hoe ze het moeten inrichten, maar ondertussen wordt er wél gebouwd aan een nieuwe standaard."

VEEL GELD, WEINIG SAMENHANG.

Een belangrijk terugkerend thema in het gesprek is automatisering in de flexsector. Volgens beiden is er de afgelopen jaren enorm veel geïnvesteerd, maar met beperkt resultaat. "Er is heel veel geld ingestopt," zegt Willem. "Maar als je kijkt naar de effectiviteit, dan valt dat vaak tegen. Veel systemen zijn gefragmenteerd, niet integraal ingericht."

Maikel vult aan vanuit de praktijk: "Je ziet dat bedrijven vooral per onderdeel hebben geautomatiseerd. Vandaag jobmarketing, morgen social campagnes, overmorgen weer iets anders. Maar alles los van elkaar." Die versnippering heeft volgens hen een directe oorzaak: de manier waarop de sector zelf werkt. "De flexwereld is van nature ad hoc." zegt Willem. "En dat zie je terug in hoe er geautomatiseerd is. Niet als geheel, maar in losse stukjes."

Het gevolg is dat recruiters en organisaties continu schakelen tussen verschillende systemen, processen en databronnen. Waardevolle informatie raakt versnipperd, workflows sluiten niet goed op elkaar aan en automatisering levert daardoor minder op dan vooraf werd verwacht. Volgens Willem en Maikel zorgt dat niet alleen voor inefficiëntie, maar ook voor gemiste kansen. Omdat systemen los van elkaar opereren, ontbreekt vaak het totaaloverzicht dat nodig is om sneller, slimmer en consistenter beslissingen te nemen.

DE GROOTSTE LEUGEN IN RECRUITMENT.

Een terugkerende angst in de sector: automatisering maakt het onpersoonlijk. Vooral in recruitment leeft het idee dat meer technologie automatisch betekent: minder menselijkheid. Maikel herkent dat spanningsveld. "Veel mensen denken: als we gaan automatiseren, verliezen we het persoonlijke contact. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn."

Willem gaat verder: "Dat lijkt nu nog een tegenstelling, maar dat is het niet meer. Je kunt juist relevanter en persoonlijker worden met de juiste technologie. Omdat je context bewaart, gesprekken meeneemt en niet steeds opnieuw begint." Hij schetst een toekomst waarin technologie niet vervangt, maar verdiept: "Het gaat er niet om dat je minder mens wordt. Het gaat erom dat je minder onnodig hoeft te herhalen."

DE REM ZIT IN JE HOOFD.

Waar de discussie vaak technisch wordt gevoerd, trekken beide sprekers het gesprek terug naar gedrag en cultuur. "De techniek is er eigenlijk al." zegt Maikel. "In sommige gevallen kun je nu processen in drie maanden doen die eerder jaren kostten." Willem gaat hierop door in zijn analyse: "De echte beperking zit niet in technologie, maar in de manier waarop organisaties denken. In hun gewoontes, hun structuren en hun angst om dingen los te laten." Hij ziet dat veel organisaties wel willen automatiseren, maar tegelijk vasthouden aan bestaande werkwijzen. "Ze willen wel veranderen, maar niet veranderen hoe ze werken. En dat is precies waar het wringt."

Zoals managementdenker Peter Drucker ooit zei: "Culture eats strategy for breakfast." En precies dat zie je hier terug: niet de technologie bepaalt het tempo, maar de cultuur waarin die technologie moet landen.

NIET OPTIMALISEREN, MAAR HERONTWERPEN.

De conclusie van het gesprek is niet dat de sector simpelweg efficiënter moet worden. Volgens Maikel en Willem gaat het fundamenteler. Wat er nodig is, is geen optimalisatie maar een andere manier van kijken. "Begin niet met een nieuw pakket." zegt Willem. "Begin met een whiteboard. Teken je proces. Begrijp wat je doet." Maikel sluit daarop aan: "Als je het samen uittekent, zie je pas waar de echte kansen zitten." Pas daarna komt technologie. Niet andersom. Tegelijkertijd verschuift ook de grens van wat überhaupt mogelijk is en die verschuift sneller dan de sector doorheeft. Maikel schetst een scenario waarin plaatsingen grotendeels geautomatiseerd kunnen verlopen: "Het klinkt misschien ver weg, maar we zitten dichterbij dan mensen denken. Het idee dat een recruiter altijd in elke stap zit, gaat veranderen." Willem nuanceert en bevestigt de richting: "De techniek maakt het mogelijk om een groot deel van het proces te automatiseren. Maar de vraag is niet of het kan. De vraag is wanneer organisaties besluiten om het ook echt te doen." En dat moment komt volgens hem sneller dan veel organisaties verwachten. "Binnen twee jaar gaat de druk hoog genoeg worden. Dan is het geen keuze meer."

PIJN IS FIJN.

Voorlopig ontbreekt nog één cruciaal ingrediënt: urgentie. Niet omdat de signalen er niet zijn. Die zijn er volop. Technologie ontwikkelt zich razendsnel, marges staan onder druk en nieuwe spelers bewegen zich steeds nadrukkelijker richting de markt. Maar zolang het systeem nog werkt of in ieder geval voldoende oplevert, blijft echte beweging uit. "Mensen komen pas in beweging als er pijn is." zegt Willem Clements.

Het is een simpele observatie, maar in de praktijk vaak de enige die telt. Bedrijven weten al jaren dat het anders kan. Efficiënter, slimmer, relevanter. Maar weten is iets anders dan doen. Die pijn, verwachten beiden, komt eraan. Niet op één front, maar op meerdere tegelijk. Economisch, wanneer marges onder druk komen te staan. Operationeel, wanneer processen vastlopen. En structureel, wanneer nieuwe technologie bestaande werkwijzen simpelweg overbodig maakt.

"Zolang het werkt, verandert er weinig." zegt Willem. "Maar zodra de druk hoog genoeg wordt, schakelt deze sector razendsnel." En juist daar ligt het kantelpunt. Want waar de sector nu nog aarzelend beweegt, kan diezelfde sector onder druk verrassend snel transformeren.

DE ROMMELIGE TUSSENFASE WAAR NIEMAND HET OVER WIL HEBBEN.

Die versnelling komt alleen niet zonder chaos. De komende periode wordt geen strak geregisseerde transformatie, maar een rommelige tussenfase waarin alles tegelijk lijkt te gebeuren. Nieuwe tools, nieuwe toepassingen, nieuwe beloftes, vaak sneller geïntroduceerd dan begrepen. "Als je kijkt naar die agents en bots." zegt Maikel Neelen. "Dat wordt eerst een puinhoop. Misschien is het dat al aan het worden."

Meer berichten. Meer automatisering. Meer interactie. Maar lang niet altijd beter. Waar technologie de belofte heeft om processen te vereenvoudigen, dreigt in deze fase juist het tegenovergestelde: een overvloed aan contactmomenten zonder echte waarde. Kandidaten die overspoeld worden met berichten. Organisaties die communiceren, maar niet raken.

"Tot het moment dat het wél klopt." vult Willem aan. "Dat iemand op het juiste moment, met de juiste context, de juiste vraag stelt. Dan verandert het spel." Daar ligt de scheidslijn tussen ruis en relevantie.

Want zolang automatisering vooral volume toevoegt, blijft het probleem bestaan. Pas wanneer technologie daadwerkelijk begrijpt wat er speelt, bij kandidaat, opdrachtgever én organisatie, ontstaat er iets anders.

WERK BLIJFT. JOUW VERDIENMODEL NIET.

Aan het einde van het gesprek valt een zin die blijft hangen. Zo'n zin die in eerste instantie schuurt, maar juist daarom blijft nazinderen. "Flex heeft geen toekomst." zegt Maikel Neelen.

Het klinkt als een stelling. Misschien zelfs als een provocatie. Maar in de context van het gesprek is het iets anders: een kantelpunt. Want wat hier ter discussie staat, is niet het bestaansrecht van de sector zelf. Werk blijft. Behoefte aan flexibiliteit blijft. De rol van intermediairs blijft in een vorm.

Wat wél onder druk staat, is de manier waarop die rol vandaag is ingericht. De systemen, de processen, de verdienmodellen die jarenlang vanzelfsprekend waren, beginnen te schuren. Niet omdat ze ineens slecht zijn, maar omdat de wereld eromheen sneller verandert dan ze kunnen bijbenen. En precies daar zit de kern van wat Neelen en Clements blootleggen.

De toekomst van flex zit niet in verder optimaliseren van wat er al is. Niet in nóg een tool, nóg een campagne, nóg een laag automatisering bovenop bestaande structuren. De toekomst zit in het opnieuw durven ontwerpen van de basis.

Wat is je rol als intermediair? Waar voeg je écht waarde toe? En hoe ziet een organisatie eruit als je die vandaag opnieuw zou mogen bouwen? Voor wie die vragen durft te stellen en er ook naar handelt begint het spel nu pas.

REACTIES.0

Reacties laden…