VOORWAARTS.
LEIDERSCHAP& CULTUUR

DE SCHAAR

Premium

De flexbranche loopt tegen een probleem aan dat je niet terug ziet in de omzetcijfers. Het wordt pas echt zichtbaar als we inzoomen op de marge. In de cashpositie. En in het feit dat 2025 het eerste jaar was dat de branche kromp terwijl de rest van de economie gewoon doordraaide. Willem Clements, eigenaar van Artiflex en mede-oprichter van Tigris, legt uit wat er structureel speelt en waarom er maar één antwoord is.

11 MIN LEZEN · FLEX EDITIE.
DE SCHAAR

Stel je een schaar voor. De bovenste snede is wat je verdient per plaatsing: je bruto marge. Die staat al jaren onder spanning. Opdrachtgevers drukken tarieven, de concurrentie op prijs is moordend, en elke verhoging stuit op weerstand. Zo stegen tarieven in 2025 gemiddeld met 1%. De onderste snede van een schaar zijn je kosten. Denk aan: lonen, recruitment, backoffice, tooling, compliance, verzuim.

Die stijgen en versnellen. Kijk bijvoorbeeld naar de cao-lonen, die stegen in 2024 met 6,6%, wat de hoogste stijging is in veertig jaar. De personeelskosten in het mkb stegen drie jaar op rij met 8% en beslaan nu 24% van de omzet.

De ruimte tussen die bovenste en onderste sneden van de schaar is je winst. Het is het kapitaal waarmee je investeert, risico's opvangt en de toekomst bouwt. Die ruimte is zeven jaar lang kleiner aan het geworden. Een schaar werkt maar op één manier: als beide sneden naar het midden bewegen, komen ze op hetzelfde punt uit.. Op dat moment snijden ze niet meer. Ze elimineren.

Voor een gemiddeld mkb-flexbedrijf was die ruimte in 2018 nog 5%. In 2025 is dat 1%. Ter vergelijking: het gemiddelde mkb in Nederland haalt een nettomarge van 7,6%, terwijl de EBITDA-marge in de mkb-flex op 2,5% staat. De signalen stapelen zich op. Cashposities van microbedrijven in de branche daalde de afgelopen twee jaar met 40%. Faillissementen stegen in 2025 met 24%. De totale flexomzet, een markt van €47 mrd met 20.000 bedrijven, kromp met 0,1%. Het was de enige krimpende sector in heel Nederland. ING spreekt van een shake-out die "vrijwel onontkoombaar" is. Dit is geen dipje. Dit is de schaar die sluit.

EEN MARKT DIE ZICHZELF UITKNIJPT.

Om te begrijpen waarom de schaar zo snel sluit, moet je zien hoe de oorzaken op elkaar ingrijpen. Dit is geen optelsom van losse tegenvallers. Het is een systeem van krachten die elkaar versterken. Het begint aan de kostenkant, maar het eindigt aan de omzetkant. Om te begrijpen waarom de schaar zo snel sluit, moet je zien hoe de oorzaken op elkaar ingrijpen. Dit is geen optelsom van losse tegenvallers. Het is een systeem van krachten die elkaar versterken. Het begint aan de kostenkant, maar het eindigt aan de omzetkant. Lonen stijgen structureel. Drie jaar op rij, met 5-7% per jaar. Cao-loonstijging van 6,6% in 2024 duwt de kostprijs van een uitzendkracht omhoog in een tempo dat opdrachtgevers niet willen of kunnen volgen. Tarieven stegen in 2025 met 1%. Dat verschil van 4-5% per jaar verdwijnt niet in het volgende kwartaal. Het stolt in de balans. Om te begrijpen waarom de schaar zo snel sluit, moet je zien hoe de oorzaken op elkaar ingrijpen. Dit is geen optelsom van losse tegenvallers. Het is een systeem van krachten die elkaar versterken.

Het begint aan de kostenkant, maar het eindigt aan de omzetkant. Om te begrijpen waarom de schaar zo snel sluit, moet je zien hoe de oorzaken op elkaar ingrijpen. Dit is geen optelsom van losse tegenvallers. Het is een systeem van krachten die elkaar versterken. Het begint aan de kostenkant, maar het eindigt aan de omzetkant. Lonen stijgen structureel. Drie jaar op rij, met 5-7% per jaar. Cao-loonstijging van 6,6% in 2024 duwt de kostprijs van een uitzendkracht omhoog in een tempo dat opdrachtgevers niet willen of kunnen volgen. Tarieven stegen in 2025 met 1%. Dat verschil van 4-5% per jaar verdwijnt niet in het volgende kwartaal. Het stolt in de balans.

Wat dat kostenverschil zo gevaarlijk maakt, is dat tegelijkertijd het aantal uren krimpt. Het aandeel flex in het totaal gewerkte uren zakte naar 5,5%, het laagste niveau sinds 2014. Flexuren in Q4 2025 waren de laagste sinds 2016. Werkgevers kiezen vaker voor vast personeel of bouwen een eigen interne flexibele schil. Minder uren bij dezelfde overhead betekent dat elke plaatsing verhoudingsgewijs meer kost. De organisatie wordt niet kleiner als de omzet iets inzakt. De kosten per geplaatste persoon stijgen juist.

Daarbovenop wordt de interne organisatie zwaarder. Uit analyse van Artiflex blijkt dat elke €1 mil omzet in 2018 gemiddeld 1,15 fte aan intern personeel kostte. In 2025 is dat 1,35 fte. De organisatie wordt zwaarder per euro omzet, terwijl die euro minder marge oplevert. Dat is geen toevalligheid. Matching, planning en communicatie leunen op individuele mensen. Kennis zit in hoofden en niet in systemen. Als de beste intercedent vertrekt, vertrekt een groot deel van het institutionele geheugen mee.

Het is een kwetsbaarheid die verborgen blijft zolang de markt meewerkt, en pijnlijk zichtbaar wordt zodra hij dat niet meer doet.

Op de achtergrond versterkt wetgeving de druk verder. Gelijkwaardige beloning, de Wet meer zekerheid flexwerkers, WTTA-certificering en de aangescherpte DBA-handhaving zijn elk apart behapbaar. Samen herschrijven ze het kostenmodel van de branche. Elke maatregel snijdt in een buffer die er al nauwelijks meer is.

Verzuim doet hetzelfde: het percentage steeg van 4% naar meer dan 5%, psychisch verzuim duurt langer en kost meer, en het is het bureau dat het risico draagt. Die kosten gaan direct van de marge af, zonder dat er een opdrachtgever aan te pas komt. Geen van deze ontwikkelingen is tijdelijk. Ze komen voort uit bewegingen die al jaren gaande zijn. Ze vragen niet om betere uitvoering van je huidige processen. Ze vragen om een ander ontwerp.

DE SLEUTEL LIGT BIJ DE VERKEERDE PARTIJ.

Recruitment wordt duurder. Dat zie je overal. De cost per hire steeg van €450 in 2015 naar €850 in 2025. Indeed is duurder geworden, kandidaten zijn schaarser, no-showpercentages stijgen.

Maar het ironische is dit: de kandidaten waarvoor bureaus betalen zijn er al. Niet altijd in de eigen database, maar wel degelijk ergens in de branche. In de systemen van ATS-leveranciers zitten miljoenen kandidaatprofielen, opgebouwd door de gezamenlijke recruitmentinspanningen van de hele flexbranche over jaren heen.

De flexbranche heeft collectief miljoenen profielen opgebouwd, en betaalt vervolgens elke maand aan Indeed om ze terug te mogen zien. Die data bestaat. Die is betaald. Die is verzameld. En toch betaalt de branche opnieuw. Elke maand weer. Aan Indeed en Meta, om toegang te krijgen tot diezelfde doelgroep. Die grote platforms hebben de profielen niet opgebouwd, maar beheren wel hun toegang.

De flexbranche financiert daarmee de positie van een derde partij die de sleutel vasthoudt tot een markt die de branche zelf heeft gecultiveerd en het kost de branche honderden miljoenen per jaar.

DE PRIJZENOORLOG DIE NIEMAND WINT.

Onder die structurele druk speelt een dynamiek die de schaar actief versnelt: flexbedrijven concurreren elkaar de marge uit. Ze gaan dieper in de prijs om omzet te verdedigen, in de hoop dat volume het winstprobleem oplost. Maar dat doet het niet. Het maakt het juist erger. En ze weten het zelf ook, maar de korte termijn wint het van de lange termijn. Elke keer.

Het mechanisme is identiek aan wat de Nederlandse supermarktbranche in 2003 doormaakte. Albert Heijn verlaagde duizend producten blijvend in prijs. Andere ketens volgden, niet strategisch maar gedwongen. De consument profiteerde kortstondig. De marges werden uitgeknepen. De zwakste spelers, Super de Boer en Konmar, verdwenen of werden overgenomen. En de echte winnaars stonden langs de zijlijn: Aldi en Lidl, met een fundamenteel slanker model dat structureel goedkoper kon opereren zonder de prijzenoorlog mee te hoeven vechten. De parallel met de flexbranche is scherp.

RANDSTAD ALS SPIEGEL.

De strategie van veel flexbedrijven in 2025 laat zich samenvatten als: harder werken en hopen dat de markt bijdraait. De markt draait niet bij. Niemand illustreert de consequenties van het oude model duidelijker dan Randstad, en tegelijkertijd niemand die beter laat zien wat de markt uiteindelijk afdwingt. De strategie van veel flexbedrijven in 2025 laat zich samenvatten als: harder werken en hopen dat de markt bijdraait. De markt draait niet bij. Niemand illustreert de consequenties van het oude model duidelijker dan Randstad, en tegelijkertijd niemand die beter laat zien wat de markt uiteindelijk afdwingt.

Het bedrijf boekte in 2025 een Nederlandse omzet van €2,945 mrd, een daling van 6%. Het marktaandeel in Nederland daalde van 12% in 2015 naar 6% in 2025. De helft van de Nederlandse filialen werd gesloten. Het personeelsbestand kromp met 6% fte. Wereldwijd rapporteerde Randstad in 2024 een nettomarge van 0,51% op een omzet van ruim €24 mrd. Het was het twaalfde kwartaal op rij met omzetkrimp. Twaalf kwartalen. Drie jaar. Één richting.

Randstad is geen slecht bedrijf. Het is een bedrijf dat te lang heeft gereden op het model van schaalbaar volume, lage marge per plaatsing en groei door meer handen. De digitale marktplaats genereert inmiddels €4 mrd aan geannualiseerde omzet, waarbij 1,4 miljoen diensten per kwartaal zelfstandig worden ingepland zonder tussenkomst van een intercedent. CEO Van 't Noordende noemt het "het slankere en scherpere Randstad." Dat klopt, maar het is goed om te beseffen dat dit slank worden niet de uitkomst is van een tijdige strategische keuze. Het is de uitkomst van drie jaar crisis, een halverende beurskoers en twaalf kwartalen krimp als context.

De les is niet dat Randstad het fout heeft gedaan. De les is dat zelfs de grootste speler in de markt dit model niet vol kan houden, en dat de omschakeling pijnlijker en kostbaarder is naarmate je er later mee begint.

VAKMANSCHAP IS WAARDEVOLLER DAN OOIT. ORGANISATIE SLOOPT HET.

Wie de cijfers ziet, belandt snel in een bekende discussie: "We moeten automatiseren, maar het moet persoonlijk blijven." Het klinkt als een strategisch dilemma. Het is eigenlijk een uitstelstrategie in vermomming.

De vraag is niet of vakmanschap nog waarde heeft. Die heeft het, meer dan ooit, nu platforms en AI het gestandaardiseerde werk overnemen. De vraag is of je huidge organisatie dat vakmanschap ondersteunt, of juist tegenwerkt. Het ontwerp van de meeste flexbedrijven is vijf tot tien jaar geleden gemaakt, voor een andere wereld, met andere kosten, andere wetgeving en andere tools. Dat ontwerp aan de buitenkant bijschaven lost het binnenste probleem niet op.

Een bruikbaar denkmodel onderscheidt drie niveaus. Traditioneel is het eerste: persoonlijk, maar grillig. Volledig afhankelijk van wie er toevallig werkt, wat voor dag die persoon heeft en of hij volgende maand nog aanwezig is. Een recruiter die bij ziekte een week niet bereikbaar is, is in dit model ook een week aan kandidaatrelaties die niet worden onderhouden. Efficiënt is het tweede niveau: snel en consistent, maar generiek. Alles in systemen geduwd, niets meer dat echt mensenwerk is. Het werkt, maar het voelt voor niemand als een goede match, letterlijk en figuurlijk. En dan is er futureproof. Dat is de combinatie die ontworpen is: het systeem draagt wat altijd hetzelfde moet werken, de herkenning van een bekende kandidaat, de standaardvragen, de administratieve vastlegging aan de voorkant. De mens doet waar het verschil wordt gemaakt, het inschatten of iemand past in een team, het gesprek voeren op het juiste moment, de relatie bouwen die een opdrachtgever bindt.

Automatiseren om persoonlijker te kunnen zijn. Niet ondanks het persoonlijke. Het is geen technisch vraagstuk. Het is een ontwerpvraagstuk. Welke stappen zijn altijd hetzelfde en mogen nooit afhangen van wie er toevallig werkt? Welke stappen vragen inzicht in deze persoon, deze situatie, en gaan mis zodra je ze standaardiseert? De grens tussen die twee is de architectuur van een futureproof organisatie.

DE REKENSOM.

Het abstracte wordt concreet zodra je de getallen naast elkaar zet. Twee bedrijven, identieke omzet: €40M. Bedrijf A werkt traditioneel, 48 fte intern, handwerk als verbindende laag, systemen die niet met elkaar praten. Resultaat: €900K netto winst, een marge van 2,3%.

Bedrijf B heeft hetzelfde klantenbestand en dezelfde omzet, maar heeft zijn processen herontworpen. Standaardwerk is geautomatiseerd. Mensen worden ingezet waar vakmanschap en relatie het verschil maken. 30 fte intern. Resultaat: €2,45M netto winst, een marge van 6,1%. De besparing op intern personeel bedraagt €1,3M per jaar. De besparing op recruitment alleen al €370K per jaar. Zelfde markt. Zelfde volume. 2,7 keer meer winst.

De veerkracht is minstens zo relevant. Bedrijf A overleeft een omzetdaling van 5% voordat het verliesgevend wordt. Bedrijf B overleeft 18%. In een markt die structureel krimpt en geopolitiek onvoorspelbaar is geworden, met een gasprijs die in één week verdubbelde na escalatie rond Iran in maart 2026 en een IEA dat spreekt van "de grootste verstoring van de olietoevoer ooit", is het verschil tussen 5% en 18% niet een financiële nuance. Het is het verschil tussen overleven en omvallen.

WIL JIJ ERBIJ HOREN?

Op de achtergrond speelt een versnelling die de urgentie vergroot. Sam Altman van OpenAI schat dat 40% van alle taken op termijn door AI wordt overgenomen. Dario Amodei van Anthropic stelt dat 50% van de instapfuncties in kantoorwerk binnen vijf jaar verdwijnt. Alex Karp van Palantir is explicieter: kantoorwerk verdwijnt, vakmensen worden onvervangbaarder. Voor de flexbranche betekent dit twee dingen tegelijk.

De administratieve functies bínnen flexbedrijven zelf, screening, planning, backoffice, zijn precies het type werk dat AI de komende jaren overneemt. Wie zijn organisatie nu niet herontwerpt, krijgt die druk van twee kanten tegelijk: stijgende kosten én een technologische vervanging van handwerk die hij zelf nog niet heeft georganiseerd.

Maar de andere kant is positief. De vakmensen die flexbedrijven uitzenden in logistiek, zorg en techniek worden schaarser en waardevoller naarmate AI het routinewerk overneemt. De markt voor echte

vakplaatsingen krimpt niet. De marge per plaatsing stijgt. Er zijn straks minder flexbedrijven, maar de overgebleven spelers hebben een sterkere positie dan ooit.

WACHTEN IS OOK KIEZEN.

Er is één conclusie die uit al het voorgaande volgt: futureproof is geen digitaal transformatieprogramma. Het is een organisatieontwerp. Licht, schaalbaar en mensgericht tegelijk, omdat het systeem het routinewerk draagt en de mens vrijkomt voor wat systemen nooit kunnen.

Wie daar nu voor kiest, hoeft geen miljarden te investeren. Die kiest per proces welke bouwblokken passen en bouwt daar vanuit. Wie wacht, kiest ook. Voor het huidige model. En dat model wordt elk jaar duurder, kwetsbaarder en minder relevant. Niet omdat de mensen die het runnen niet goed zijn, maar omdat het ontwerp niet meer past bij de wereld waarin het moet functioneren.

De schaar sluit niet in één keer. Hij sluit millimeter voor millimeter, kwartaal voor kwartaal. Tot er geen ruimte meer is. De flexbranche heeft een toekomst. Voor wie nu kiest. De vraag is alleen of jij een van de overgeblevenen bent.

REACTIES.0

Reacties laden…